Vermoeden van zedenmisdrijven in het onderwijs, overleg- en aangifteplicht
Beschrijving
Indien op een scholingsinstelling het vermoeden bestaat dat een medewerker zich schuldig maakt of heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf tegenover een minderjarige leerling, dient het bevoegd gezag van die instelling of school (het school- of instellingsbestuur) contact op te nemen met een vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs.
Indien uit overleg met de Inspectie moet worden geconcludeerd dat er sprake is van een redelijk vermoeden dat de betreffende persoon zich inderdaad schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf, dient daarvan aangifte te worden gedaan door het bevoegde gezag bij een opsporingsambtenaar, en stelt het bevoegd gezag de vertrouwensinspecteur daarvan in kennis. Met een 'zedenmisdrijf' wordt hier bijvoorbeeld seksueel misbruik of seksuele intimidatie bedoeld.
Aanpak
De vermoedens dienen gemeld te worden aan de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs, en (indien het overleg met de Inspectie daartoe aanleiding geeft) aan een opsporingsambtenaar (politie, Openbaar Ministerie).Acties
Contact
- Openbaar Ministerie
- Postadres
- Postbus
- 20305
- 2500 EH
- Den Haag
- Telefoon:
- 070 339 96 00
- Fax:
- 070 339 98 58
- Inspectie van het Onderwijs (Onderwijsinspectie)
- Bezoekadres
- Park Voorn 4
- 3544 AC Utrecht
- Postadres
- Postbus
- 2730
- 3500 GS
- Utrecht
- Telefoon:
- 088 669 60 00
- Fax:
- 088 669 60 50
Formulieren
Uitvoerende instantie
- Inspectie van het Onderwijs (Onderwijsinspectie)
- Bezoekadres
- Park Voorn 4
- 3544 AC Utrecht
- Postadres
- Postbus
- 2730
- 3500 GS
- Utrecht
- Telefoon:
- 088 669 60 00
- Fax:
- 088 669 60 50
